|
Adviescommissie OGP [22.08.2008] Van: De leden van de ondersteuningscommissie
OGP Midden-Delfland, opgesteld door Govert van Oord, voorzitter ondersteuningscommissie
Aan: De leden van de OGP en het bestuur
Schipluiden, 20 Augustus 2008
Geachte leden en bestuur,
Na de ledenvergadering van 10 juni is de onrust en het tumult in en rond de OGP helaas niet gestopt. Na het gesprek met Elly de Jong heeft de ledenvergadering de breuk als een triest gegeven aanvaard en heeft ze een aantal mensen aangewezen (Piet Houtenbos, Cynthia Wijnands, Wim Passchier en Govert van Oord. Harry Arkesteijn meldde zich later als assistent nog aan bij de voorzitter) om het bestuur bij te staan. Doel was verdere problemen te voorkomen en de verhoudingen te verbeteren. Uitgangspunt is dat we als partij de zittende fractie en de wethouder steunen die samen het OGP programma zo goed mogelijk moeten uitvoeren.
Het is de voorzitter, inmiddels het enig overgebleven bestuurslid, niet gelukt om de genoemde commissie van advies een rol te geven, noch door middel van een vergadering, noch door middel van een e-mail- of belronde. Dat is te betreuren, de commissie was juist in het leven geroepen om in dit soort zaken bestuur en leden van dienst te zijn.
Na 15 juli, de raadsvergadering waarin de OGP fractie het vertrouwen in wethouder Tineke van Nimwegen heeft opgezegd, achtte de voorzitter de rol en taken van de adviescommissie niet meer relevant en ook de leden Passchier en Wijnands gaven desgevraagd aan niet langer te willen participeren in de adviescommissie.
Op verzoek van ondergetekende zijn toen de overblijvende leden bij elkaar gekomen om zich te beraden op de ontstane situatie en de eigen rol als adviescommissie. De uitkomst was dat er naar opvatting van de adviescommissie nog steeds behoefte is aan interventie en steun. Daarom heeft de commissie zich verder beraden. De inhoudelijke conclusies van de adviescommissie zijn hieronder weergegeven:
1. Het besluit van de fractie om niet langer vertrouwen te hebben in de wethouder is volgens de regels van het spel gegaan. Alweer ongeacht of men er vreugdevol over gestemd is of droef, aan de fractie is het recht voorbehouden om hierover te besluiten en niet aan leden of het partijbestuur. Navraag leert de adviescommissie dat de fractie zich vooraf veel moeite heeft getroost om zowel bij de wethouder als bij de CDA-fractie begrip te krijgen voor de situatie. De fractie achtte het feit van het verstrekken van een sloopvergunning voor de Oude Veiling in Maasland onacceptabel en vroeg met grote klem coalitiegenoot CDA en de eigen wethouder het niet zover te laten komen. Daaraan is geen of onvoldoende gehoor gegeven. Het thema Oude Veiling was bekend als ‘explosief thema’ , het was o.m. ook de aanleiding (wellicht niet de oorzaak) voor het vertrek van Elly de Jong. Het is heel ongelukkig dat over de OV geen vergelijk en in de raad zelfs geen discussie mogelijk bleek te zijn. Ook wreekt zich hier dat de vorige ledenvergadering verzuimd heeft zich over dit inhoudelijke punt duidelijk uit te spreken. De fractie noch de wethouder konden zich derhalve beroepen op een uitgesproken partijstandpunt.
Het feit dat in het hele proces de inhoudelijke doelen en de inzet zo weinig tot hun recht gekomen zijn, betekent dat de OGP als geheel hier veel nadrukkelijker aandacht aan moet geven. Zo kan voorkomen worden dat persoonlijke verhoudingen een te zware rol spelen in de opstelling van de fractie en (eventuele) wethouders.
Voor de toekomst pleiten we voor meer structurele aandacht voor de inhoudelijke discussies binnen de OGP
2. In de ontstane situatie is een raadpleging van de leden - zoals in de geplande BALV - natuurlijk gewenst. Tot die geweest is, mag verwacht worden dat het bestuur en de fractie vooral acties ondernemen die de publicitaire schade voor de OGP kunnen beperken. De publieke kritiek van de kant van ‘het bestuur’ op de fractieleden leek de commissie voortijdig, misschien wel psychologisch verklaarbaar, maar ze werkt niet mee om eventuele schade voor de OGP te beperken. De ontstane situatie kon er immers niet mee ongedaan worden gemaakt.
Tijdens de komende ledenvergadering zal nu in de eerste plaats moeten worden geëvalueerd hoe de situatie waarin we als OGP nu verkeren, is ontstaan. Op grond daarvan kunnen conclusies en desnoods oordelen worden geformuleerd over de rol van de fractie, de wethouder en het bestuur. Terecht is in het voorstel voor de agenda van de vergadering flink tijd gereserveerd voor deze evaluatie en beoordeling.
Het is de commissie opgevallen dat er in het stuk dat geagendeerd staat als ‘beoordeling van het bestuur’ ( in afwijking van de andere twee bijdragen die ‘verantwoording’ worden genoemd) niet of nauwelijks ingegaan wordt op de wijze waarop het bestuur het inhoudelijk conflict en het ‘eindspel’ heeft ervaren en gewaardeerd en welke rol het bestuur zelf heeft gespeeld. Dat kan nuttige en leerzame informatie zijn voor het debat.
Het huidige bestuursdocument behelst vooral een voorstel voor de toekomst van de OGP als vereniging. Dit document kan naar onze opvatting beter apart als agendapunt worden opgevoerd, zodat eerst ruimte komt voor een terugblik, leermomenten en oordelen, vóórdat de toekomstvoorstellen worden besproken.
Wij zullen als adviescommissie het voorstel doen om de evaluatie en de toekomstdiscussie op de agenda te scheiden.
3. De adviescommissie heeft de toekomstvoorstellen van de voorzitter met grote belangstelling gelezen. Er spreekt een diepe en zeker begrijpelijke frustratie uit van een bestuurslid die jarenlang (met weinig ondersteuning) de kar heeft moeten trekken. Een dergelijke situatie zonder duidelijke inzet van de leden in het partijbestuur is niet langer mogelijk, stelt de voorzitter. Zij kan zich bovendien niet meer vinden in de koers van de huidige fractie en stelt daarom vast dat er wat haar betreft geen rol meer is voor de OGP in de huidige vorm. In lijn daarmee komt ze tot een voorstel de OGP per direct op te heffen.
De onderbouwing voor de opheffing van de OGP bestaat in het bestuursdocument vooral uit het ontbreken van een volledig partijbestuur. Zelf heeft de voorzitter per 28 augustus haar ontslag als bestuurslid ingediend en daarmee heeft de OGP vanaf die datum geen enkel acterend bestuurslid meer. In het voorstel van de voorzitter blijft het echter onduidelijk wat straks de rol van de huidige OGP fractie zal zijn, die immers niet te kennen heeft gegeven met de raadswerkzaamheden voor de OGP te willen stoppen. Ook ontbreekt in het bestuursdocument een politieke analyse van de noodzaak om een groene en progressieve politiek te blijven voeren in Midden-Delfland en de mogelijkheden die de OGP heeft om daarin te voorzien (desnoods in de oppositie, dat is ’all in the game’ bij politiek). De fractie heeft van haar kant juist aangegeven dat er in Midden-Delfland op een aantal thema’s belangrijke besluiten aankomen. Opheffen van de OGP is vanuit dat oogpunt dus niet gewenst of logisch.
Het bestuursvoorstel is naar het oordeel van de commissie, hoe begrijpelijk ook vanuit de frustraties en opvattingen van de voorzitter, daarom nogal prematuur en onvoldoende doordacht op zijn consequenties. Het voorstel kan daarom beter nog niet in stemming worden gebracht, zeker ook niet omdat het feitelijk niet als zodanig is geagendeerd. Een voorstel tot opheffing van de partij dient o.i. expliciet op de agenda te staan en niet verpakt in een evaluatief agendapunt over de situatie.
Wij stellen daarom voor over het voorstel van het bestuur tot opheffing van de OGP nu slechts in oriënterende zin te spreken.
4. De adviescommissie deelt volledig de zorg over het ontbreken van een OGP bestuur en heeft daarom op korte termijn gezocht naar een interim bestuur dat tussen nu en november 2008 orde op zaken kan stellen en een duurzaam bestuur kan aanzoeken. Dit nieuwe bestuur zal in de periode tot en met 2010 werken aan het op koers brengen van de partij voor de volgende raadsperiode en aan een herstel van de interne en externe relaties van de OGP.
De commissie heeft 4 kandidaten voor dit interim bestuur beschikbaar, te weten de drie ‘founding’ voorzitters van de OGP, José Chung, Govert van Oord en Piet Houtenbos en oud bestuurslid Harry Arkesteijn. Deze kandidaten zijn bereid om tot het eind van dit jaar te werken aan een structurele oplossing voor de problemen van de OGP. Ze hebben, voor de goed orde, geen enkele politieke of persoonlijke ambitie, die ze hiermee denken te kunnen nastreven.
De adviescommissie stelt de leden voor om in te gaan op het aanbod van de 4 kandidaten en hen te belasten met het formeren van een nieuw partijbestuur per medio november 2008 en hen te vragen intussen ook intern orde op zaken te stellen en stappen te zetten om de beeldvorming rond de OGP te verbeteren.
De commissie zal in een voorstel van orde voorstellen om na de evaluatie een punt op te nemen om de rol van een interim partijbestuur te bespreken en een interim partijbestuur aan te stellen.
5. Tenslotte onderstreept de adviescommissie de ernst van de situatie. Er is de afgelopen periode veel schade gedaan aan het imago van de OGP, niet altijd onvermijdelijk en zeker niet altijd gekoppeld aan de inhoudelijke rol die de OGP wil spelen. Er is gelukkig nog tijd en inzet om de geleden schade te herstellen en een goede en noodzakelijke inbreng in de besluitvorming in de gemeentepolitiek van Midden-Delfland te garanderen. Daarvoor moeten nu wel knopen worden doorgehakt en de blik weer naar buiten en naar de toekomst worden gericht. Dat zal voor sommige leden niet eenvoudig zijn, maar we doen een beroep op alle leden om weer samen te gaan werken aan een open, groene en progressieve politiek in Midden-Delfland.
| Er zijn nog geen reacties op dit bericht |
|
Terug naar nieuwsoverzicht |